Data Sovereignty

De economische en politieke macht van BigTech bedrijven is enorm. Het gaat om Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft en Nvidia, met een gezamenlijke beurswaarde van op dit moment meer dan 16 biljoen (16.000 miljard) dollar. Met de verkiezing van Donald Trump hebben de VS gekozen voor “America First” en het is dus niet vreemd dat Europa zich zorgen maakt over zijn afhankelijkheid van deze Amerikaanse bedrijven. Te meer nu deze bedrijven hun oor laten hangen naar de president in hun land.

Beleidsstukken in de Europese Unie gebruiken steeds vaker het begrip “digitale soevereiniteit”. Dit begrip verwijst naar het recht van de EU om zelfstandig beslissingen te nemen over digitale zaken binnen Europa. Soevereiniteit betekent de hoogste autoriteit binnen een onafhankelijke staat, waarbij geen verantwoording hoeft te worden afgelegd aan andere staten. Zo zou ook Nederland kunnen spreken over zijn digitale soevereiniteit. Maar het is twijfelachtig of BigTech zich ook maar iets zal aantrekken van een markt met 20 miljoen consumenten. De EU heeft daarentegen bijna 450 miljoen inwoners, wat aanzienlijk is in vergelijking met de Verenigde Staten, dat ongeveer 330 miljoen inwoners telt. Digitale soevereiniteit is dus bij uitstek een onderwerp om op Europees niveau over na te denken.

De BigTech bedrijven hebben een enorme invloed op het dagelijks leven van mensen wereldwijd en domineren de technologie-industrie met hun uitgebreide aanbod van verschillende producten en dienste

  • Alphabet is het moederbedrijf van Google en een aantal andere ondernemingen, bekend om zijn zoekmachine en een breed scala aan internetdiensten en -producten zoals YouTube, Google Maps en Google Drive.
  • Amazon, oorspronkelijk begonnen als online boekhandel, is nu een wereldwijde e-commerce gigant met een breed aanbod van producten en diensten, waaronder Amazon Web Services, de toonaangevende aanbieder van cloud computing platforms.
  • Apple produceert populaire hardware zoals iPhones, iPads en Mac-computers, en biedt daarnaast diensten aan zoals iCloud, Apple Music en de App Store.
  • Meta, voorheen bekend als Facebook, beheert sociale mediaplatforms zoals Facebook, Instagram, Threads en WhatsApp, en genereert voornamelijk inkomsten uit advertenties.
  • Microsoft is een technologiereus die bekend staat om zijn softwareproducten zoals Windows en Office, evenals cloud computing diensten via Azure, en is ook actief in gaming met de Xbox.
  • Nvidia is een pionier op het gebied van grafische verwerkingseenheden (GPU’s), die essentieel zijn voor gaming, kunstmatige intelligentie, en datacenters. De technologie van Nvidia drijft alles aan, van zelfrijdende auto’s tot supercomputers, en speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van AI en machine learning.

De EU heeft verschillende verordeningen en richtlijnen uitgevaardigd om zijn burgers te beschermen tegen de macht van BigTech? De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt eisen aan hoe persoonsgegevens verwerkt mogen worden en de privacy van EU-burgers waarborgt. Daarnaast is er de Digital Markets Act (DMA) die moet garanderen dat er eerlijke concurrentie is op de digitale markt door grote online platforms aan banden te leggen en monopolistische praktijken te voorkomen. De Digital Services Act (DSA) voegt hieraan toe dat online platforms verantwoordelijk zijn voor de inhoud op hun websites en ervoor moeten zorgen dat illegale inhoud sneller wordt verwijderd. De EU introduceerde ook de AI Act, die normen stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van kunstmatige intelligentie in de EU. Deze wetgeving heeft als doel de risico’s van AI te minimaliseren, transparantie en ethische normen te waarborgen, en innovatie te bevorderen. De AI Act legt verplichtingen op aan aanbieders van AI-systemen, vooral die met een hoog risico, en bevordert een veilig en betrouwbaar gebruik van AI-technologie.

Europese waarden met betrekking tot de digitale ruimte leggen een sterke nadruk op de bescherming van burgerrechten, privacy en het bestrijden van haatzaaiende uitlatingen. Dit komt tot uiting in wetgevingen zoals de AVG  en de DSA, die strikte regels opleggen aan de verwerking van persoonsgegevens en de verantwoordelijkheid van online platforms voor de inhoud op hun websites. Europa hecht waarde aan het creëren van een veilige en respectvolle digitale omgeving voor zijn burgers. In tegenstelling tot de Verenigde Staten dat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid garandeert met minimale beperkingen. Dit resulteert in een grotere tolerantie voor controversiële en zelfs schadelijke uitingen, waardoor een spanningsveld ontstaat tussen onbeperkte individuele vrijheden en de bescherming van de gemeenschap. Terwijl de EU een meer regulerende en beschermende houding aanneemt, kiest de VS voor een benadering die vrijheid van meningsuiting boven bijna alles stelt.

In zijn artikel “Digital sovereignty and artificial intelligence: A normative approach” (2024) benadrukt H. Roberts het cruciale belang van digitale soevereiniteit in het tijdperk van kunstmatige intelligentie. Hij stelt dat digitale soevereiniteit niet alleen een kwestie is van technologische onafhankelijkheid, maar ook van ethische en juridische verantwoordelijkheid. Roberts betoogt dat landen hun eigen normen en waarden moeten kunnen handhaven in de digitale ruimte, zonder al te sterk afhankelijk te zijn van buitenlandse technologieën en bedrijven. Hij wijst op de noodzaak voor overheden om controle te behouden over de data en algoritmen die binnen hun grenzen opereren, om zo de rechten van hun burgers te beschermen en hun nationale veiligheid te waarborgen. In deze context roept Roberts op tot een proactieve en gecoördineerde aanpak, waarbij samenwerking tussen staten essentieel is om een evenwicht te vinden tussen innovatie en regulering, en om een rechtvaardige en veilige digitale toekomst te garanderen.

De paper “European Digital Sovereignty: A Layered Approach” door Haroon Sheikh onderzoekt de digitale capaciteiten van de Europese Unie (EU) binnen het concept van een technologie-stackmodel. Het model, geïnspireerd door Benjamin Brattons ideeën, verdeelt digitale technologie in zeven lagen om de sterktes en zwaktes van de EU te analyseren.

  1. Resource Layer: Grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen zijn cruciaal voor de productie van digitale technologieën. Zonder controle over grondstoffen blijft de EU kwetsbaar voor geopolitieke druk, wat haar digitale autonomie in gevaar brengt.
  2. Chips Layer: Halfgeleiders vormen de kern van alle digitale technologieën. Hoewel bedrijven zoals ASML uitblinken in chipproductiemachines, is de EU afhankelijk van buitenlandse productie. Een sterke positie in de chipsindustrie is essentieel om technologische afhankelijkheid van landen zoals de VS en China te verminderen.
  3. Network Layer: Infrastructuur zoals 5G-netwerken, satellieten en onderzeekabels is cruciaal voor digitale connectiviteit. Europese bedrijven zoals Nokia en Ericsson spelen hierin een belangrijke rol. Controle over netwerkvoorzieningen beschermt de EU tegen mogelijke buitenlandse inmenging in vitale communicatie-infrastructuur.
  4. Cloud Layer: Computatie en opslag in de cloud worden grotendeels beheerst door Amerikaanse bedrijven zoals Amazon en Microsoft. Het Gaia-X-project is een Europees initiatief om een gedeelde cloudinfrastructuur te ontwikkelen.  Zonder Europese cloudinfrastructuur is de EU afhankelijk van buitenlandse bedrijven, wat risico’s oplevert voor gegevensbeveiliging en privacy.
  5. Intelligence Layer: Kunstmatige intelligentie (AI) wordt steeds belangrijker voor innovatie en economische groei. De EU heeft sterke academische capaciteiten, maar mist toegang tot grote datasets en technologische platforms. Onafhankelijke AI-capaciteiten zijn cruciaal om mondiale invloed te behouden en Europese waarden zoals privacy te beschermen.
  6. Applications Layer: Digitale diensten zoals sociale media, zoekmachines en e-commerce worden gedomineerd door Big Tech uit de VS en China. De EU heeft weinig eigen spelers in deze sector. Het gebrek aan eigen digitale platforms beperkt de EU’s invloed op de digitale economie en vergroot haar afhankelijkheid van buitenlandse regels en standaarden.
  7. Connected Devices Layer: Slimme apparaten en IoT-producten integreren digitale technologie in de fysieke wereld. Europese bedrijven zoals Siemens en BMW hebben potentieel in deze snelgroeiende sector. Controle over verbonden apparaten kan de EU helpen haar industrie te digitaliseren en te concurreren met dominante spelers uit andere regio’s.

Het bovenstaande model laat zien hoe de EU op verschillende gebieden afhankelijk is van buitenlandse spelers waar de aangrijpingspunten liggen om onafhankelijkheid te bereiken. Ursula von der Leyen heeft op het World Economic Forum 2025 een uitstekende speech gehouden waarbij ze de noodzaak voor Europa onderstreepte om te concurreren in een veranderende wereldorde. Ze besprak uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, technologische concurrentie en energietransitie. Om Europa’s concurrentievermogen en digitale soevereiniteit te versterken, stelde ze drie prioriteiten: een Capital Markets Union om investeringen te stimuleren, vereenvoudiging van regelgeving om innovatie te bevorderen, en energiediversificatie met focus op schone technologie. Ze eindigde met “lang leve Europa”.